Door: Steven Snepvangers

Het thema voor deze Meetup was ‘Failing Forward’. Hoe kwamen we daarop?

Veel LOSmakers hebben goede ervaringen opgedaan met het ontwerpen en uitvoeren van diverse online, en blended learning trajecten. Het nieuwe leren is social learning en de techniek maakt dat steeds makkelijker. De succesverhalen zijn fijn om te horen en te vertellen. Lang leve de tools, de platformen en het snelle internet! Toch? Of missen we iets? Willen we niet iets te graag dat de nieuwe tools en platformen perfect zijn, en dat ze het leren per definitie vernieuwen en verbeteren? Verdringen we daarbij niet iets te makkelijk onze frustraties? Want het mislukt in de praktijk toch ook wel eens.. Leren we dan wel genoeg van onze mislukkingen?

Het leek ons voor deze LOSmakers Meetup leuk en zinvol om in te zoomen op die mislukkingen. Lang leve de faalverhalen. Niet om af te rekenen met het online en blended leren, integendeel, maar om scherp te blijven en te leren van waar het niet werkt. Waar wringt het nog bij social learning? Tegen welke muren lopen we aan bij online of blended leertrajecten? Waar gaat het mis met de MOOC? En wat kunnen we eraan doen?

Tijdens de Meetup hebben we in drie subgroepen casuïstiek besproken:

  • Jammer van Yammer. In deze casus is een traject gefaciliteerd in Yammer voor deelnemers van een ministerie. Er is specifiek gekozen voor Yammer omdat het doel was kennis uitwisselen en samen leren, in plaats van kennisoverdracht alleen vanuit experts. Het probleem was dat hier gewoon niet goed aan meegedaan werd door de deelnemers.
  • Motivatieproblemen bij online leertrajecten. Er is casuïstiek besproken met de focus op het analyseren van motivatieproblemen bij zowel deelnemers als docenten. Hoe komt dat en wat kan je eraan doen?
  • MOOC’s, wat maakt dat je meedoet en wanneer haak je af?

Algemene inzichten en lessen uit de Meetup

Uit de gedeelde ervaringen en discussies zijn conclusies gekomen over wat wel en niet werkt, wat valkuilen zijn, do’s en dont’s en nuttige vuistregels. Het is natuurlijk geen uitputtende lijst, maar een interessant begin is het wel. Hieronder een samenvatting.

IMG_22641. Eerst de meest algemene valkuil: de tool is niet de werkelijkheid.

Een belangrijke valkuil is en blijft de neiging om het middel tot doel te verheffen. Dat lijkt een open deur, maar voor we het weten trappen we er toch in. Niet in de laatste plaats omdat de opdrachtgever er vaak zo op aan blijft dringen. Het gaat al heel snel vooral om de tool, en te weinig om de redenen waarom je de tool wilt gebruiken. Dit fenomeen is wijd verbreid. Wouter Hart noemt deze valkuil in zijn boek Verdraaide Organisaties ‘het omkeren van de pijl’. Hij wijst ons erop hoe belangrijk het is om het denken en handelen bewust te richten vanuit de kern, de bedoeling. Vervolgens kun je hulpmiddelen zoeken of creëren daarbuiten, in de systeemwereld, die de bedoeling helpen waarmaken. In plaats daarvan zijn we vaak geneigd om dit om te draaien. We starten ons denken en handelen in de systeemwereld –de schema’s, modellen, tools en spreadsheets-, en kijken dan eventueel pas hoe dat de oorspronkelijke bedoeling dient. Te vaak nog richten we ons op wat allemaal kan met de nieuwe tool of platform (want die zijn echt te gek!), en gaan we ervan uit dat dat de bedoeling – het leren van individuen of groepen, het functioneren van een team, of het veranderen van een organisatie- vanzelfsprekend zal dienen. In de praktijk blijkt dat dus niet altijd zo te zijn.

2. Maar waarom eigenlijk niet? De menselijke leefwereld

Dat komt omdat er tussen de bedoeling en de systemen nog iets zit, namelijk, om in de terminologie van Wouter hart te blijven, de leefwereld. Ofwel de belevingen en gedragingen van de mensen, de gebruikers. Menselijk gedrag is lastiger te sturen dan je zou willen, en is eigenlijk de belangrijkste spelbreker als het gaat om het wel of niet werken van onze tools, platformen en opleidingsmodellen. ‘Spelbreker’ is hier natuurlijk ironisch bedoeld. De menselijke belevingswereld en het menselijk gedrag vormt in feite de realiteit waar we nou eenmaal mee te maken hebben. Het is dus veel realistischer en efficiënter om te zorgen dat onze tools aansluiten bij die menselijke belevingswereld, dan andersom. We constateren dat wij als ontwikkelaars leervormen opzetten die soms niet aansluiten bij de leefwereld van onze gebruikers. Zo kan er een organisatiecultuur zijn waarin het niet veilig is om zomaar kennis of opinies te delen. Hoe toegankelijk en geraffineerd ons systeem van sociaal uitwisselen dan ook is, het is gedoemd om niet gebruikt te worden.

Er is dus veel winst te behalen door een goede analyse te maken van de belevingswereld van onze gebruikers en hoe onze leeroplossingen daar het beste op aan kunnen sluiten.

Moeizame online interactie:

  • Deelnemers moeten actief mee doen in een traject terwijl ze gewend zijn passief kennis tot zich te nemen.
  • Niet iedereen had het vertrouwen had iets te zeggen te hebben over de onderwerpen.
  • Sommige onderwerpen zijn te beladen of vertrouwelijk om online uit te wisselen, zeker als mensen niet gewend zijn aan online uitwisseling.
  • Er kan schroom zijn om iets te delen waar je geen expert in bent. Dit heeft te maken met de organisatiecultuur.
  • Sociaal leren in interactie kan een drempel zijn als mensen hier niet aan gewend zijn. Kijk daarom naar de heersende opvatting over leren.
  • Sociaal leren vergt vertrouwen en veiligheid. De meerwaarde moet daarom heel goed duidelijk worden gemaakt aan deelnemers die dit niet gewend zijn. Als dit een nieuwe manier van samen leren is moet je dit als een verandertraject zien. Hier de tijd voor nemen en op zoek gaan naar de mensen die er belang bij hebben.
  • Ook interessant: als het traject niet het gewenste resultaat heeft, geven we snel de tool (in dit geval Yammer) de schuld…

 Oplossingen voor motivatieproblemen bij online leertrajecten:

  • Je motiveert iemand pas echt intrinsiek door zijn probleem op te lossen.
  • Stel cursisten gerust: fouten maken mag!
  • Denk eerst na: wat willen cursisten zelf? Verleid ze en begin klein.
  • Anders geformuleerd: betrek je doelgroep bij het ontwerp van een traject en vraag je af wat ze echt nodig hebben.

IMG_2266Je kunt niet slim zijn tegen je zin” (Joseph Kessels)

Betrokkenheid van docenten bevorderen:

  • Maak docenten meer bekend met de technologische mogelijkheden. Leid hen op en coach hen hierin.
  • Laat de digitale docenten de minder digitale docenten aan de hand nemen.
  • Begin klein: laat docenten de meerwaarde ervaren.
  • Laat docenten een andere rol aannemen: die van coach. Docenten zullen nooit overbodig worden!

De opleiders zijn er vaak nog niet klaar voor! Zij bewegen onvoldoende mee met de (technische) mogelijkheden van e-learning en blended learning. Het business model is veelal nog geënt op de traditionele situatie (klassen vullen / grote gebouwen ipv veel bandbreedte) à oude wijn in nieuwe zakken.

Oplossingen:

  • Selecteren en presenteren van de juiste content is belangrijker dan kennis in huis halen (vgl Airbnb / Uber) à rol van docent wordt coach
  • nieuw opleidingsmodel / nieuw beleid (zowel bedrijven als overheid: denk aan onderwijs2032)
  • Denken op een nieuwe manier is lastig: mensen willen vaak wel iets anders maar weten niet hoe! Ondersteun hen hierin; faciliteer het verander-denken.

MOOC’s. wat werkt wel, wat werkt niet?

IMG_2265Uitgangspunt van het gesprek was onze eigen ervaring. Het is heel makkelijk om te beginnen aan een MOOC, maar heel moeilijk om die helemaal te doorlopen.

In de plenaire bespreking werd achteraf terecht opgemerkt dat daar een verwachting aan ten grondslag ligt dat je een MOOC helemaal af zou moeten maken. Terwijl ‘cherry picking’ ook legitiem is – je haalt er alleen uit wat je wil. Toch blijven we als deelnemer vaak zitten met het knagende gevoel ‘ik heb er niet uitgehaald wat ik wil’.

Uiteindelijk bleken onze ervaringen om één punt te draaien; hoe verbind ik me als deelnemer aan deze MOOC. Het is vaak uiterst simpel om je in te schrijven voor een MOOC – ontwerpers maken dat heel gemakkelijk. Er worden geen eisen gesteld om te beginnen en deelname is vrijblijvend. Ervaringen waren dat, wanneer de MOOC dan echt van start ging en de mailtjes binnen gingen komen, de eerste obstakels ook opdoken. Bijvoorbeeld ‘Heb ik me hiervoor opgegeven?’ of ‘O ja… dat doe ik later wel.’

In een MOOC worden vaak instrumenten ingebouwd die de betrokkenheid kunnen vergroten. Dit zijn bijvoorbeeld een betaald certificaat – op het moment dat je ervoor betaalt, wil je ook waar voor je geld. Daarnaast wordt vaak gevraagd om opdrachten in groepsverband te doen – op het moment dat je mensen kent en je verwachtingen voelt om bij te dragen, zul je meer geneigd zijn om die inspanning ook echt te leveren. Toch lijken die instrumenten vaak niet en soms zelfs averechts te werken. Iemand benoemde bijvoorbeeld juist dat hij níet met een groepje mee ging doen, juist omdat die verwachtingen dan zouden ontstaan.

Uiteindelijk gaat het om de vraag van de deelnemer ‘Hoeveel is deze MOOC me waard?’

Het grote gemak van inschrijven – wat in eerste instantie een zegen lijkt – zorgt ervoor dat de deelnemer deze vraag niet expliciet maakt. Dat is problematisch omdat elke vorm van leren moeite kost. Als je je daar niet van bewust bent en daar voor jezelf geen antwoord op hebt gegeven, is het moeilijk om de moeite te doen die leidt tot het resultaat dat je zelf beoogt.

Ontwerpers kunnen hieraan tegemoet komen in het inschrijfproces.

Bijvoorbeeld zou het inschrijfformulier uit meer kunnen bestaan dan naam, emailadres, wachtwoord. Er zou ruimte gemaakt kunnen worden voor de leervormen die gebruikt worden, met een eenvoudige schaal waarop je als deelnemer aangeeft ‘in hoeverre past deze vorm bij mij?’ Of de ontwerper kan in plaats van alleen in tekst uit te drukken ‘deze MOOC kost je 3 uur per week’ een extra tekstvakje opnemen; ‘wanneer ga je in de komende x weken met deze MOOC aan de slag?’

Door bij de inschrijving de deelnemer uit te nodigen om zich te realiseren wat er gedaan moet worden en bij zichzelf na te gaan of hij bereid is deze inspanning te doen, heb je als deelnemer de mogelijkheid om een betere inschatting te maken, je eigen motivatie te bepalen en hier gevolgen aan te verbinden.

Gidsfunctie

We sloten de Meetup af met een mooie constatering over onze rol. De transitie naar nieuwe opleidingsmodellen gaat in een lager tempo dan dat van de technologische ontwikkelingen. Aan de tools en platformen zelf ligt het niet. We hebben alleen meer nodig dan een goede tool om nieuwe opleidingsvormen te laten slagen. Het gaat om de belevingswereld van de gebruikers, en om wat zij met een opleiding willen bereiken. Dus opleiders doen er goed aan altijd de bedoeling van de gebruikers in de gaten te blijven houden en hen te faciliteren met behulp van de tools die bedoeling te realiseren. De LOSmakers kunnen hier een mooie gidsfunctie in vervullen.